‘Balanceren tussen vertrouwen en vooruitgang’
Hamit Karakus, portefeuillehouder Privacy en Ethiek bij de politie, en Vincent Böhre, directeur van stichting Privacy First, buigen zich over de vraag wanneer het gebruik van data proportioneel is. Waar liggen de grenzen en hoe kunnen we persoonsgegevens zó beschermen, dat wetgeving uitvoerbaar blijft en innovatie meer ruimte krijgt?
‘Het valt me op dat er vaak wordt gesproken over een tegenstelling tussen privacy en veiligheid’, begint Böhre. ‘Maar in mijn optiek is die er helemaal niet. Sterker nog, volgens mij gaan privacy en veiligheid juist hand in hand. Als we kijken naar het recht op lichamelijke integriteit, dat ook onder privacy valt, dan zijn de ergste privacyschendingen wat mij betreft niet de cookies op je computer. Woninginbraken, mishandelingen, bedreigingen en ontvoeringen hebben een veel grotere impact op iemands leven. Soms is inbreuk op iemands privacy ook nodig om een grotere groep mensen te kunnen beschermen. Vanuit Privacy First zijn we daarom absoluut vóór de best mogelijke opsporing en vervolging.’
‘Maar’, voegt hij er direct aan toe: ‘wel met de best mogelijke privacy-waarborgen. En volgens mij zit precies daar de uitdaging. Dat we de balans vinden tussen bescherming en werkbaarheid en tussen vertrouwen en vooruitgang.’
Belangenafwegingen
Karakus: ‘Mooi dat je privacy op deze manier aanvliegt. Het is ook de primaire taak van de politie om misdrijven aan te pakken en de veiligheid in onze samenleving te beschermen. Tegelijkertijd denk ik dat niemand voor het onnodig schenden van iemands privacy kan zijn. Neem camerabeelden en persoonsgegevens, die worden ons toevertrouwd. Daar gaan we voorzichtig mee om. Ik vergelijk de inzet van data altijd met het gebruik van onze geweldsmiddelen. Hoe en wanneer we die middelen inzetten, bepalen we aan de hand van een toetsingskader.’
[....]